| |
|
| |
| aangeboren en/of erfelijke afwijking bij eerder kind |
overleg. Van belang is wat de aard van de aandoening was en welke eerdere diagnostiek heeft plaatsgevonden. Als er nu geen afwijkingen worden vastgesteld, dan kan verdere begeleiding in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| ABO-antagonisme |
begeleiding 1e lijn. Weliswaar kunnen zwangerschap en baring in de eerste lijn worden begeleid bij ABO-antagonisme, maar men moet alert zijn op neonatale problematiek (2003). |
| |
| abortus, recidiverende |
begeleiding 1e lijn. Bij voortgaande zwangerschap vindt begeleiding in de eerste lijn plaats (2003). |
| |
| abruptio placentae |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| abruptio placentae in anamnese |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| Addison, morbus |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| afstandskind |
begeleiding 1e lijn. De afstandssituatie hangt vaak samen met psychosociale problematiek. Dit kan leiden tot nader overleg en een bevalling in het ziekenhuis (2003). |
| |
| afwijkende cervixcytologie |
overleg. Er moet gedifferentieerd worden naar obstetrisch versus gynaecologisch beleid. Gynaecologische consultatie kan ook zonder obstetrische consequenties aangewezen zijn. Aan de zwangere wordt geen deelname aangeboden aan bevolkingsonderzoek op cervixcarcinoom. De gynaecologische follow-up staat een verloskundige begeleiding in de eerste lijn niet in de weg (2003). |
| |
| afwijkende ligging a terme |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| afwijkende ligging tijdens de baring |
begeleiding 2e lijn. Van belang is dat het om een afwijkende ligging gaat en niet om een afwijkende presentatie (2003). |
| |
| alcoholmisbruik |
begeleiding 2e lijn. Van belang is het foetaal alcoholsyndroom. Uiteraard kan de betrokkenheid van de kinderarts bij de follow-up langdurig aangewezen zijn (2003). |
| |
| anemie |
anemie (12-12-2003) |
| |
| antifosfolipidesyndroom |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| APS |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| asfyxie in anamnese |
overleg. De grens ligt bij een Apgar score <7 bij 5' (2003). |
| |
| astma |
begeleiding 1e of 2e lijn. Alleen astmapatiënten met ruime klachtenvrije intervallen, al dan niet met gebruik van inhalatietherapie, kunnen in de eerste lijn begeleid worden tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode. Overleg met de behandelend (huis)arts is aangewezen (2003). |
| |
| bekkenafwijking |
overleg. Bekkenafwijking door trauma, symfyseruptuur of rachitis. Overleg aan het begin van het laatste trimester is aangewezen. Hierbij moet worden aangetekend dat begeleiding in de tweede lijn geen aantoonbare meerwaarde heeft bij bekkeninstabiliteit en symfysiolyse klachten (2003). |
| |
| bekkenbodem reconstructie |
begeleiding 2e of 1e lijn. Hieronder worden verstaan: de colposuspensie bij prolaps, fistel en oude ruptuur. Op basis van de oorzaak, de toegepaste operatietechniek en het resultaat daarvan, stelt de gynaecoloog het beleid betreffende de partus vast. Hij kan overwegen een primaire sectio of een vroege primaire episiotomie, te herstellen door de gynaecoloog. Als het vastgestelde beleid geen speciale maatregelen en geen specifieke, operatieve expertise omvat, kan de baring in de eerste lijn worden begeleid, in overleg met de gynaecoloog (2003). |
| |
| bekkeninstabiliteit |
begeleiding 1e lijn. Gedoeld wordt op klachten die ontstaan zijn in de huidige zwangerschap (2003). |
| |
| besnijdenis |
begeleiding 1e lijn of overleg. Besnijdenis als zodanig kan extra psychosociale zorg vergen. Bij ernstige anatomische afwijkingen is overleg in het derde trimester aangewezen (2003). |
| |
| bloedgroepantagonisme |
Rhesus, Kell, Duffy, Kidd - begeleiding 2e lijn.ABO-antagonisme - begeleiding 1e lijn.Weliswaar kunnen zwangerschap en baring in de eerste lijn worden begeleid bij ABO-antagonisme, maar men moet alert zijn op neonatale problematiek (2003). |
| |
| bloedverlies in de zwangerschap voor 16 weken, persiterend |
overleg (2003). |
| |
| bloedverlies na 16 weken |
begeleiding 2e lijn. Nadat het bloedverlies gestopt is, kan de begeleiding weer in de eerste lijn plaatsvinden, als er verder geen belastende oorzaken zijn gevonden (2003). |
| |
| bloedverlies, overmatig tijdens de baring |
begeleiding 2e lijn. De mate van bloedverlies tijdens de bevalling is niet objectief meetbaar vast te stellen, maar gebeurt op basis van inschatting. Overmatig bloedverlies kan een teken zijn van ernstige pathologie (2003). |
| |
| bloedverlies, overmatig tijdens de kraamperiode |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| cervixcytologie, afwijkende |
overleg. Er moet gedifferentieerd worden naar obstetrisch versus gynaecologisch beleid. Gynaecologische consultatie kan ook zonder obstetrische consequenties aangewezen zijn. Aan zwangeren wordt geen deelname aangeboden aan bevolkingsonderzoek op cervixcarcinoom. De gynaecologische follow-up staat een verloskundige begeleiding in de eerste lijn niet in de weg (2003). |
| |
| cervixcytologie PAP III A of hoger |
overleg. Van belang is hier dat nader gynaecologisch beleid t.b.v. vervolgdiagnostiek) aangewezen kan zijn, terwijl de begeleiding van zwangerschap en baring in de eerste lijn plaatsvindt (2003). |
| |
| cervixinsufficiëntie |
begeleiding 2e lijn. Wanneer een zwangerschapsduur van 37 weken is bereikt, is verdere begeleiding in de eerste lijn mogelijk (2003). |
| |
| cervixinsufficiëntie en/of cerclage in anamnese |
begeleiding 2e lijn tot 37 weken, daarna begeleiding door 1e lijn mogelijk. Was er in de vorige zwangerschap zonder cerclage sprake van een normaal verloop, dan kan daarna begeleiding van zwangerschap en bevalling in de eerste lijn plaatvinden (2003). |
| |
| colitis ulcerosa |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| congenitale en/of erfelijke afwijking bij eerder kind |
overleg. Van belang is wat de aard van de aandoening was en welke eerdere diagnostiek heeft plaatsgevonden. Als er nu geen afwijkingen worden vastgesteld, dan kan verdere begeleiding in de eerste lijn plaatvinden (2003). |
| |
| conisatie |
overleg. De praktische uitvoering van verloskundig beleid op dit terrein kan nader worden uitgewerkt in lokaal overleg. Als na conisatie een ongecompliceerde zwangerschap en baring zijn opgetreden, kunnen een volgende zwangerschap en baring in de eerste lijn worden begeleid (2003). |
| |
| COPD |
overleg. Bij de beoordeling moet het oordeel van de longarts worden betrokken (2003). |
| |
| Crohn, ziekte van |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| cryo- en lisbehandeling portio |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| Cushing, morbus |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| cytomegalie |
begeleiding 2e lijn. Er moet rekening worden gehouden met een verhoogd risico op perinatale sterfte en op later morbiditeit (2003). |
| |
| DES-dochter (onbehandeld en onder controle) |
overleg. Er moet gedifferentieerd worden naar obstetrisch versus gynaecologisch beleid. Zo kan gynaecologische begeleiding in verband met de DES-problematiek noodzakelijk zijn, terwijl de verloskundige begeleiding in de eerste lijn plaatsvindt (2003). |
| |
| diabetes mellitus |
begeleiding 2e lijn. Preconceptioneel advies is hierbij in het bijzonder van belang. |
| |
| diep veneuze trombose, in anamnese of in familieanamnese |
overleg. Van belang is de onderliggende pathologie en de aanwezigheid van een positieve familieanamnese. Preconceptioneel advies is hierbij in het bijzonder van belang (2003). |
| |
| diep veneuze trombose, tijdens de zwangerschap |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| diep veneuze trombose, tijdens kraamperiode |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| dysmaturiteit in anamnese |
begeleiding 2e lijn. Uitgegaan wordt van een geboortegewicht < p5 of evidente klinische verschijnselen van dysmaturiteit, zoals neonatale hypoglykemie op basis van groeivertraging (2003) |
| |
| epilepsie met medicatie |
overleg. In verband met het gebruik van anti-epileptische medicatie wordt prenatale diagnostiek aanbevolen. Overleg met alle betrokken behandelaren (verloskundige, huisarts, gynaecoloog, neuroloog) is voor optimale zorg aangewezen (2003). |
| |
| epilepsie zonder medicatie |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| erfelijke afwijking bij eerder kind |
overleg. Van belang is wat de aard van de aandoening was en welke eerdere diagnostiek heeft plaatsgevonden. Als er nu geen afwijkingen worden vastgesteld, dan kan verdere begeleiding in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| exconisatie |
overleg. De praktische uitvoering van verloskundig beleid op dit terrein kan nader worden uitgewerkt in lokaal overleg. Als na conisatie een ongecompliceerde zwangerschap en baring zijn opgetreden, kunnen een volgende zwangerschap en baring in de eerste lijn worden begeleid (2003). |
| |
| extra-uteriene graviditeit |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| fluxus post partum in anamnese, ten gevolge van episiotomie |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| foetale groeivertraging, verdenking op |
overleg. Bij verdenking op foetale groeivertraging is onderzoek door de gynaecoloog aangewezen (2003). |
| |
| foetale nood |
begeleiding 2e lijn. Van belang is dat foetale nood op verschillende wijzen tot uitdrukking kan komen (foetale hartfrequentie, meconiumhoudend vruchtwater) (2003). |
| |
| foetale sterfte durante partu |
begeleiding 2e lijn. In dit geval moet postmortaal onderzoek overwogen worden (2003). |
| |
| foetus mortuus |
begeleiding 2e lijn. In de situatie waarin de zwangere er de voorkeur aan geeft om thuis te bevallen, moet de begeleiding dezelfde invulling krijgen als wanneer de bevalling in het ziekenhuis zou plaatsvinden.Geprotocolleerd postmortaal onderzoek en evaluatie verdienen aandacht (2003). |
| |
| forcipale extractie of vacuümextractie in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Van belang is de beoordeling van de anamnestische informatie, die verkregen wordt van de toenmalige zorgverlener (2003). |
| |
| gebroken vliezen, niet in partu |
begeleiding 2e lijn. Verwijzing moet plaatsvinden op de eerste ochtend, nadat de vliezen 24 uur gebroken zijn (2003). |
| |
| geen voorgaande prenatale zorg ± a terme |
begeleiding 1e lijn. In dit geval verdient de thuissituatie extra aandacht. Als prenatale zorg ontbreekt, kan dit duiden op psychosociale problematiek. Dit kan leiden tot nader overleg en een bevalling in het ziekenhuis (2003). |
| |
| geen voorgaande prenatale zorg tijdens de baring |
begeleiding 2e lijn. Wanneer prenatale zorg ontbreekt, kan dit duiden op psychosociale problematiek en met name verslaving. Van belang is de partusbewaking, serologische screening en immunisatie. |
| |
| geneesmiddelengebruik |
begeleiding 1e lijn, eventueel overleg. Van belang is hier uiteraard het effect van geneesmiddelen op zwangere en ongeboren vrucht. Daarnaast moet aandacht worden besteed aan het effect op lactatie en de effecten in de neonatale periode. In geval van twijfel is overleg aangewezen. Gewezen wordt op informatie vanuit de teratologie informatie service (www.areb.nl/tis) en het Trimbos-instituut (kennisinstituut voor psychische problemen en verslaving, tel. 030-2971100). (2003) |
|
Trimbos-instituut () |
| |
| grande multipara |
begeleiding 1e lijn. Hiervan is sprake bij para >5. Aan begeleiding van zwangerschap en bevalling door de tweede lijn wordt geen meerwaarde toegekend (2003). |
| |
| haemorrhagia post partum in anamnese, ten gevolge van cervixruptuur (klinisch vastgelegd) |
begeleiding 1e lijn, plaats bevalling ziekenhuis. Aangenomen wordt dat er een herhalingskans aanwezig is begeleiding van zwangerschap en baring kan door de eerste lijn gebeuren, maar de bevalling moet in het ziekenhuis plaatsvinden. |
| |
| haemorrhagia post partum in anamnese ten gevolge van episiotomie |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| haemorrhagia post partum, ten gevolge van andere oorzaken in anamnese |
begeleiding 1e lijn, plaats van bevalling ziekenhuis. Gegeven de kans op herhaling, kan de begeleiding van zwangerschap en baring weliswaar door de eerste lijn plaatsvinden, maar moet de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden. |
| |
| harddrugs - gebruik van harddrugs (heroïne, methadon, cocaïne, XTC en dergelijke) |
begeleiding 2e lijn. Van belang is de ernst van de harddrug verslaving en de effecten daarvan tijdens zwangerschap, baring en in de postnatale periode, met name voor het kind. Onderzoek van de urine kan van belang zijn. Uiteraard kan betrokkenheid van de kinderarts bij de follow-up post partum aangewezen zijn (2003). |
| |
| hartafwijking met hemodynamische consequenties |
begeleiding 2e lijn. De zwangerschap en baring zijn van invloed op de preëxistente, hemodynamische verhoudingen. Een cardiologische beoordeling is hierbij van belang (2003). |
| |
| Hashimoto, ziekte van |
begeleiding 1e lijn, indien met levothyroxine goed ingesteld. Gerichte controle is aangewezen in verband met de dikwijls toegenomen levothyroxinebehoefte tijdens de zwangerschap en afname van die behoefte direct na de bevalling (2003). |
| |
| HBsAg-dragerschap |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| HELLP-syndroom |
begeleiding 2e lijn. Het HELLP-syndroom wordt gekenmerkt door de combinatie van haemolyse, gestoorde leverfuncties en een verlaagd aantal tombocyten (2003). |
| |
| HELLP-syndroom in de vorige zwangerschap |
overleg. |
| |
| HELLP-syndroom tijdens de kraamperiode |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| hemoglobinopathie |
overleg (2003). |
| |
| hepatitis C |
overleg. Consultatie van de gynaecoloog en follow-up door de kinderarts worden aanbevolen. |
| |
| hernia nuclei pulposi |
begeleiding 1e of 2e lijn. Bij een recent doorgemaakte HNP of nog bestaande neurogene klachten, is begeleiding door de 2e lijn aangewezen. Bij een status na behandelde hernia is begeleiding door de 1e lijn mogelijk, met name als een voorgaande zwangerschap normaal is verlopen. Zowel anamnese als een actueel, klinisch beeld zijn relevant. (2003) |
| |
| hernia nuclei pulposi ontstaan tijdens zwangerschap |
overleg. Beleid moet worden bepaald naar aanleiding van klachten en klinische verschijnselen. Bij afwezigheid van klachten kan begeleiding (verder) in de eerste lijn plaatsvinden. (2003) |
| |
| herpes genitalis, primoinfect |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| herpes genitalis, recidief |
begeleiding 1e lijn of 2e lijn. Afhankelijk van uitgebreidheid klachten. Bij een recidief infectie, frequent optredend in de zwangerschap of durante partu, wordt aanbevolen bij het kind viruskweken af te nemen uit de oropharynx en van de conjunctivae na 24-48 uur. De laesie(s) worden eventueel gejodeerd of afgeplakt (2003). |
| |
| herpes labialis |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| HIV-infectie |
begeleiding 2e lijn. In verband met de medicamenteuze mogelijkheden ter voorkoming van verticale transmissie moeten deze patiënten gedurende zwangerschap en baring worden begeleid in een voor HIV en aids toegerust centrumziekenhuis (2003). |
| |
| hyperemesis gravidarum |
begeleiding 2e lijn. Voor behandeling van de problematiek is verwijzing naar de tweede lijn aangewezen. Na herstel vindt de begeleiding van de verdere zwangerschap en baring in de eerste lijn plaats (2003). |
| |
| hypertensie, essentiële |
begeleiding 2e lijn. Een preëxistente hypertensie, al dan niet medicamenteus behandeld, leidt tot verwijzing naar de tweede lijn. Preconceptioneel advies is hierbij in verband met de medicatie in het bijzonder van belang (2003). |
| |
| hypertensie, preëxistent |
begeleiding 2e lijn. Een preëxistente hypertensie, al dan niet medicamenteus behandeld, leidt tot verwijzing naar de tweede lijn. Preconceptioneel advies is hierbij in verband met de medicatie in het bijzonder van belang (2003). |
| |
| hyperthyreoïdie |
hyperthyreoïdie () |
| |
| hypothyreoïdie |
hypothyreoïdie () |
| |
| incomplete placenta |
begeleiding 2e lijn. Niet altijd kan met zekerheid worden vastgesteld of een deel van de placenta achterblijft. Bij gerede twijfel is een verwijzing naar de tweede lijn daarom aangewezen (2003). |
| |
| infertiliteit = subfertiliteit |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| Inflammatory Bowel Disease |
begeleiding 2e lijn. Hieronder worden gerekend de colitis ulcerosa en de M. Crohn (2003). |
| |
| IUD |
IUD niet te verwijderen - overleg. IUD verwijderd - begeleiding 1e lijn (2003) |
| |
| IUVD |
begeleiding 2e lijn. In de situatie waarin de zwangere er de voorkeur aan geeft om thuis te bevallen, moet de begeleiding dezelfde invulling krijgen als wanneer de bevalling in het ziekenhuis zou plaatsvinden. Geprotocolleerd postmortaal onderzoek en evaluatie verdienen aandacht (2003). |
| |
| koorts durante partu |
begeleiding 2e lijn. Hierbij is het van belang na te gaan wat de onderliggende oorzaak is. Er moet met name rekening gehouden worden met een intra-uteriene infectie. De toediening van antibiotica tijdens de baring moet worden overwogen (2003). |
| |
| kunstverlossing in de anamnese |
begeleiding 1e lijn. Van belang is de beoordeling van de anamnestische informatie, die verkregen wordt van de toenmalige zorgverlener. (2003) |
| |
| laparotomie tijdens de zwangerschap |
begeleiding 2e lijn, vervolgens mogelijk 1e lijn. Zodra de wond genezen is en als de aard van de operatie geen verder verloskundig risico betekent, kan de zwangere weer begeleid worden in de eerste lijn. Tijdens het ziekenhuisverblijf zal de gynaecoloog betrokken zijn bij de zwangerschap. Als er geen verdere consequenties voor het verloskundig beleid zijn, kan de zwangere vrouw verder begeleid worden door de eerste lijn (2003). |
| |
| liggingsafwijking |
a terme - begeleiding 2e lijn. Waaronder stuitligging (2003). |
| |
| liggingsafwijking a terme, waaronder stuitligging |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| lisbehandeling portio |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| longembolie in anamnese |
overleg. Van belang is de onderliggende pathologie en de aanwezigheid van een positieve familieanamnese. Preconceptioneel advies is hierbij in het bijzonder van belang (2003). |
| |
| longfunctiestoornis/COPD |
overleg. Bij de beoordeling moet het oordeel van de longarts worden betrokken (2003). |
| |
| lues, pos. serologie en behandeld |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| lues, pos. serologie en nog onbehandeld |
overleg (2003). |
| |
| lues, primo-infectie |
begeleiding 2e lijn. De afstemming tussen de betrokkenen in de eerste en tweede lijn bij verwijzing moet aandacht krijgen. Van belang is een sluitende informatievoorziening tussen de verloskundige, de huisarts, de gynaecoloog en de behandelend venereoloog. Een uitwerking van structurele afspraken kan plaatsvinden in het lokaal overleg (2003). |
| |
| manuele placentaverwijdering in de anamnese |
begeleiding 1e lijn, plaats van baring: ziekenhuis. Gegeven de kans op herhaling, kunnen de volgende zwangerschap en baring weliswaar door de eerste lijn begeleid worden, maar moet de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden.Als er sprake was van een placente accreta, dan moet de begeleiding door de tweede lijn plaatsvinden. |
| |
| Marfan, ziekte van |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| meconiumhoudend vruchtwater |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| meerlingzwangerschap |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| morbus Crohn |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| multipele sclerose |
overleg. Afhankelijk van het neurologische beeld moet rekening worden gehouden met een gestoorde baring en eventuele urineretentie. Voor optimale zorgverlening is overleg tussen alle betrokken behandelaren aangewezen (2003). |
| |
| myoom enucleatie |
begeleiding 2e of 1e lijn. Afhankelijk van de omvang van de ingreep wordt het beleid bepaald (2003). |
| |
| nierfunctiestoornissen |
begeleiding 2e lijn. Wanneer sprake is van een gestoorde nierfunctie, al dan niet met nierdialyse, is verwijzing naar de tweede lijn aangewezen (2003). |
| |
| niet ingedaalde schedel a terme |
overleg. Overleg is aangewezen indien er à terme verdenking ontstaat op een wanverhouding, een placenta praevia of vergelijkbare pathologie (2003). |
| |
| niet vorderende ontsluiting |
overleg (2003). |
| |
| niet vorderende uitdrijving |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| onzekere zwangerschapsduur bij zwangerschap vanaf 22 weken |
begeleiding 1e lijn, eventueel overleg. Bij een zwangere die bij de eerste controle verder lijkt dan 22 weken, maar bij wie betrouwbare gegevens over de zwangerschapsduur ontbreken, is tweemaal uitgebreide foetale biometrie geïndiceerd (DBP, HC, AC, en FL), in combinatie met beoordeling van de hoeveelheid vruchtwater, met een interval van 2 tot 3 weken. Als de resultaten van de metingen conform de normale groeicurven zijn, mag worden aangenomen dat die in de buurt van de p50 liggen. Een zwangerschapsduur is dan daarop vast te stellen. Als de metingen niet conform de normale curven zijn, de hoeveelheid vruchtwater afwijkend lijkt, of de metingen anderszins niet eenduidig zijn, is een consult nodig (2003). |
| |
| opname-indicatie kind |
begeleiding 2e lijn. Van belang is hier de (niet-obstetrische) betrokkenheid van de huisarts en de kinderarts. Van belang is ook de gezamenlijkheid van moeder en kind in de eerste fase na de geboorte. |
| |
| partus prematurus in anamnese |
vroeggeboorte (< 33 weken), vorige zwangerschap - begeleiding 2e lijn. Vroeggeboorte (>= 33 weken), vorige zwangerschap - begeleiding 1e lijn. Is er na de vroeggeboorte vervolgens een normaal verlopen zwangerschap geweest, dan kan daarna begeleiding van een volgende zwangerschap en baring in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| parvovirusinfectie |
begeleiding 2e lijn. Deze infectie kan leiden tot foetale anemie en hydrops. Voor de problematiek bestaan behandelingsmogelijkheden (2003). |
| |
| periarterïitis nodosa |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| perinatale sterfte in de anamnese |
overleg. Een dergelijke voorgeschiedenis vormt aanleiding tot overleg. Van belang is tevens of er na de perinatale sterfte nog een normaal verlopen zwangerschap is opgetreden. Zwangerschap en bevalling kunnen dan in de eerste lijn worden begeleid (2003). |
| |
| pijnbestrijding durante partu |
overleg. Het is van belang na te gaan wat de effecten zijn op ontsluiting en ademdepressie. Hoe pijnbestrijding tijdens de baring uitgevoerd wordt, is een onderwerp dat in het lokaal overleg met behulp van richtlijnen kan worden uitgewerkt. Er moet gestreefd worden naar beargumenteerde consensus (2003). |
| |
| portio amputatie |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| positieve dyscongruentie, evaluatie van |
overleg (2003). |
| |
| post-partumdepressie in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Er wordt geen meerwaarde toegekend aan begeleiding door de tweede lijn van een zwangere of barende met een anamnestische post-partumdepressie. Post-partumdepressie treedt op een zodanig tijdstip post partum op, dat ook de kraamperiode in de eerste lijn kan worden begeleid (2003). |
| |
| post-partumpsychose in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Er moet gedifferentieerd worden of er sprake was van langdurig medicatiegebruik. Van belang is een psychiatrisch oordeel over de ernst van de psychose en het herhalingsrisico (2003). |
| |
| pre-eclampsie |
begeleiding 2e lijn. Pre-eclampsie is een combinatie van zwangerschapshypertensie en proteïnurie. Van proteïnurie is sprake bij albustix ++ in een urinemonster of bij een totale eiwitexcretie van 300 mg of meer gedurende een periode van 24 uur (2003). |
| |
| pre-eclampsie, gesuperponeerd |
begeleiding 2e lijn. Van een gesuperponeerde pre-eclampsie is sprake bij een proteïnurie de novo gedurende de zwangerschap bij een patiënte met een preëxistente hypertensie (2003). |
| |
| pre-eclampsie in de vorige zwangerschap |
overleg (2003). |
| |
| pre-eclampsie, tijdens de kraamperiode |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| prenatale diagnostiek |
begeleiding 2e lijn. Van belang is de aanwezigheid van een risico op aangeboren afwijkingen. Als er geen afwijkingen worden aangetoond, kan verdere begeleiding in de eerste lijn plaatsvinden. Bij een leeftijdsgebonden indicatie kan rechtstreeks vanuit de eerste lijn naar een klinisch-genetisch centrum verwezen worden (2003). |
| |
| psychiatrische aandoeningen (neurosen/psychosen) |
begeleiding 1e of 2e lijn. Van belang is de ernst en omvang van de psychiatrische problematiek en het oordeel daarover van de behandelend arts (2003). |
| |
| psychose, ontstaan in kraamperiode |
overleg. Van belang is de (niet-obstetrische) betrokkenheid van de huisarts en de psychiater bij de behandeling van de psychiatrische stoornis (2003). |
| |
| pyelitis, pyelonefritis |
begeleiding 2e lijn. Bij een pyelitis is opname voor behandeling gewenst. Dat is dus behandeling in de tweede lijn. Na afdoende behandeling van de pyelitis kan de verdere begeleiding van zwangerschap en bevalling in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| Raynaud, ziekte van |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| retentio placentae |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| reumatoïde artritis |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| rubella |
begeleiding 2e lijn. Bij een primo-infectie met rubella tijdens de zwangerschap moet rekening gehouden worden met een verhoogd risico op groeivertraging, vroeggeboorte en oog- en gehoorafwijkingen (2003). |
| |
| schildklieraandoeningen |
schildklieraandoeningen () |
| |
| sclerodermie |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| sectio caesarea in anamnese |
prenatale zorg - begeleiding 1e lijn. Overdracht bij 37 weken naar 2e lijn. Baring - begeleiding 2e lijn. De prenatale zorg kan in principe in de eerste lijn plaatsvinden, als er geen redenen zijn voor controles in de tweede lijn vóór die 37 weken (2003). |
| |
| sedatie tijdens de baring |
overleg. Het is van belang na te gaan wat de effecten zijn op ontsluiting en ademdepressie. Hoe pijnbestrijding tijdens de baring uitgevoerd wordt, is een onderwerp dat in het lokaal overleg met behulp van richtlijnen kan worden uitgewerkt. Er moet gestreefd worden naar beargumenteerde consensus (2003). |
| |
| serotiniteit |
begeleiding 2e lijn. Bedoeld wordt een termijn >294 dagen amenorroe (2003). |
| |
| serotiniteit in de anamnese |
begeleiding 1e lijn. Serotiniteit in de anamnese heeft geen voorspellende waarde voor het verloop van de huidige zwangerschap en baring (2003). |
| |
| SLE |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| stollingsstoornissen |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| subarachnoïdale bloeding, aneurysma |
begeleiding 2e lijn. In voorkomende gevallen kan de kraamperiode in de eerste lijn worden begeleid (2003). |
| |
| subfertiliteit |
begeleiding 1e lijn (2003). |
| |
| symfysiolyse |
overleg. Bedoeld wordt de rupturering van de symfyse. Er moet hierbij een onderscheid worden gemaakt met bekkeninstabiliteit. Bij bekkeninstabiliteit is de meerwaarde van overleg niet aangetoond (2003). |
| |
| symfysiolyse in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Er wordt geen meerwaarde toegekend aan begeleiding in de tweede lijn van een zwangere of barende met een anamnestische symfysiolyse of met een bekkeninstabiliteit (2003). |
| |
| systeemziekten en zeldzame aandoeningen |
begeleiding 2e lijn. Hieronder worden zeldzame, maternale aandoeningen verstaan, zoals Morbus Addison en M. Cushing. Verder vallen hieronder systemische lupus erythematodes (SLE), antifosfolipiden syndroom (APS), sclerodermie, reumatoïde artritis, periarteriïtis nodosa, ziekte van Marfan, ziekte van Raynaud en andere systemische en zeldzame aandoeningen (2003). |
| |
| systemische lupus erythematodes |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| totaalruptuur |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| totaalruptuur in anamnese |
begeleiding 1e of 2e lijn. Is er na de totaalruptuur sprake van een goed functioneel herstel, dan kan de begeleiding van zwangerschap en baring plaatsvinden in de eerste lijn. Overwogen moet worden om bij de baring een primaire episiotomie te zetten. Is er sprake geweest van een secundaire hersteloperatie, dan is verwijzing naar de tweede lijn aangewezen, conform het gestelde bij 'bekkenbodem reconstructies'. Is er geen sprake van functioneel herstel na de totaal ruptuur, dan moet begeleiding van de baring voor de tweede lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| toxoplasmose |
begeleiding 2e lijn. Voor zowel diagnostiek als therapeutisch beleid is verwijzing naar de tweede lijn aangewezen (2003). |
| |
| tuberculose in de anamnese |
begeleiding 1e lijn. Bij niet-actieve tuberculose kan begeleiding van zwangerschap en baring in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| tuberculose met behandeling |
begeleiding 2e lijn. Wanneer sprake is van een actief tuberculeus proces en bijbehorende behandeling, moet overleg plaatsvinden met de behandelend arts en de gynaecoloog over het klinisch beeld en de begeleiding van zwangerschap en baring (2003). |
| |
| uitdrijving, niet vorderende |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| urineweginfectie in de zwangerschap |
begeleiding 1e lijn. Het is van belang om de infectie door middel van een urinekweek nader te analyseren en vast te stellen (2003). |
| |
| urineweginfectie in de zwangerschap, recidiverend |
overleg. Van recidiverende urineweginfecties is sprake als een infectie meer dan tweemaal optreedt. De kans op pyelonefritis is hierbij verhoogd, waardoor de kans op vroeggeboorte verhoogd is. Dat geldt ook voor de kans op maternale complicaties als (voorbijgaande) nierfunctiestoornis en sepsis (2003). |
| |
| uterus myomatosus, obstetrisch relevante |
overleg. Afhankelijk van de anatomische verhoudingen moet rekening gehouden worden met een gestoord verloop van zwangerschap of baring (2003). |
| |
| vacuümextractie in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Van belang is de beoordeling van de anamnestische informatie, die verkregen wordt van de toenmalige zorgverlener (2003). |
| |
| vaginale kunstverlossing in anamnese |
begeleiding 1e lijn. Van belang is de beoordeling van de anamnestische informatie, die verkregen wordt van de toenmalige zorgverlener (2003). |
| |
| varicella/zostervirusinfectie |
overleg. Hiermee wordt een maternale infectie bedoeld. Primo-infectie met varicella/zostervirus (waterpokken) tijdens de zwangerschap leidt mogelijk tot behandeling van de zwangere met VZV-immunoglobuline, wegens het risico op een foetaal varicellasyndroom. Als varicella zich voordoet kort voor de baring of in de vroege kraamperiode, is er een risico op neonatale infectie. Soms is behandeling van moeder en kind met een antiviraal middel aangewezen. Als er sprake is van een klinisch manifeste herpes zoster (gordelroos), dan is er geen risico op een foetaal varicellasyndroom (2003). |
| |
| vasa praevia |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| virale hepatitis A, B, C, D of E |
overleg (2003). |
| |
| vroeggeboorte, dreigende |
begeleiding 2e lijn. Zodra er geen sprake meer is van een dreigende vroeggeboorte, kan de begeleiding van zwangerschap en baring verder in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| vroeggeboorte (minder dan 37 weken), vorige zwangerschap |
vroeggeboorte (<33 weken), vorige zwangerschap - begeleiding 2e lijn. Vroeggeboorte (33 =>weken), vorige zwangerschap - begeleiding 1e lijn. Is er na de vroeggeboorte vervolgens een normaal verlopen zwangerschap geweest, dan kan daarna begeleiding van een volgende zwangerschap en baring in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| vruchtwaterverlies (minder dan 37 weken amenorroe) |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| vulvahematoom |
begeleiding 2e lijn. Beleid wordt bepaald naar aanleiding van de klachten durante partu en vroeg in de kraamperiode (2003). |
| |
| waterpokken (primo-infectie) tijdens de zwangerschap |
overleg. Hiermee wordt een maternale infectie bedoeld. Primo-infectie met varicella/zostervirus (waterpokken) tijdens de zwangerschap leidt mogelijk tot behandeling van de zwangere met VZV-immunoglobuline, wegens het risico op een foetaal varicellasyndroom. Als varicella zich voordoet kort voor de baring of in de vroege kraamperiode, is er een risico op neonatale infectie. Soms is behandeling van moeder en kind met een antiviraal middel aangewezen. Als er sprake is van een klinisch manifeste herpes zoster (gordelroos), dan is er geen risico op een foetaal varicellasyndroom (2003). |
| |
| zeldzame aandoeningen |
begeleiding 2e lijn (2003). |
| |
| zoster, primaire infectie |
overleg. Hiermee wordt een maternale infectie bedoeld. Primo-infectie met varicella/zostervirus (waterpokken) tijdens de zwangerschap leidt mogelijk tot behandeling van de zwangere met VZV-immunoglobuline, wegens het risico op een foetaal varicellasyndroom. Als varicella zich voordoet kort voor de baring of in de vroege kraamperiode, is er een risico op neonatale infectie. Soms is behandeling van moeder en kind met een antiviraal middel aangewezen. Als er sprake is van een klinisch manifeste herpes zoster (gordelroos), dan is er geen risico op een foetaal varicellasyndroom (2003). |
| |
| zwangerschapsdiabetes |
begeleiding 1e lijn. Als met dieet de bloedsuikerwaarden < 7,5 mmol/l (capillair) blijven en er geen aanwijzingen voor overige pathologie bestaan, kan begeleiding in de eerste lijn plaatsvinden (2003). |
| |
| zwangerschapshypertensie |
zwangerschapshypertensie () |
| |
| zwangerschapshypertensie in de vorige zwangerschap |
begeleiding 1e lijn (2003). |