Stap 3 Auditbespreking
De auditbespreking bestaat uit drie stappen:- vaststellen (classificeren) van de doodsoorzaak;
- evaluatie van de zorg op de aanwezigheid van substandaard factoren;
- nagaan of er een relatie is tussen eventuele substandaard factoren en de sterfte.
Voor de perinatale audit in Nederland is een combinatie van drie classificaties in gebruik:
1. WHEN: Wanneer is de sterfte opgetreden? Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Wigglesworth en 'Fetal and Neonatal' Classification, die het tijdstip van overlijden en de zwangerschapsduur hanteren
2. WHAT: Wat is het klinische beeld waaronder de sterfte is opgetreden? Met de gemodificeerde ReCoDe kunnen alle klinische beelden en maternale risicofactoren benoemd worden, inclusief het meest relevante ziektebeeld.
3. WHY: Waardoor is de sterfte opgetreden? Via de Tulipclassificatie wordt teruggeredeneerd naar de onderliggende oorzaak van het ziektebeeld waaraan het kind is overleden.
Als er weinig bekend is, bijvoorbeeld omdat er geen obductie en/of placentaonderzoek is gedaan, is de Wigglesworth meestal toch in te vullen, evenals de ReCoDe. Voor de Tulip-classificatie is in de meeste gevallen onderzoek van de placenta nodig
Door wie?
Classificeren van doodsoorzaken is niet eenvoudig. Meestal doet een kleine multidisciplinaire groep met deskundigen dit voorafgaand aan de bijeenkomst van het samenwerkingsverband. Zij worden hiervoor getraind. Idealiter maakt een (perinataal) patholoog deel uit van deze groep.
Wanneer ook deze informatie bekend is, is het chronologische verslag 'af' en biedt het inzicht in het zorgproces, de doodsoorzaak en de omstandigheden rondom de sterfte. Het verslag wordt vervolgens geanonimiseerd.
Substandaardfactoren
Tijdens de auditbijeenkomst gaan de zorgverleners na of er sprake was van substandaardfactoren in het zorgproces: wijkt de geleverde zorg in ongunstige zin af van de gangbare zorg, zoals vastgelegd in richtlijnen, standaarden, protocollen en dergelijke?
Substandaardfactoren zijn zelden aan één persoon of omstandigheid te wijten. Meestal gaat het om allerlei verschillende omstandigheden, zoals:
- de organisatie van de zorg binnen een praktijk, ziekenhuis en/of samenwerkingsverband;
- de uitvoering van de zorg door zorgverleners;
- risicofactoren bij de cliënt zoals communicatieproblemen of laat in zorg komen.
- Voor de beantwoording van deze vragen en de beoordeling van de verleende zorg moeten de op dat moment geldende richtlijnen beschikbaar zijn. Een overzicht van de richtlijnen is opgenomen op deze site.
- Tijdens de bijeenkomst kunnen de website en het webbased Perinatale Audit Registratie Systeem geprojecteerd worden. Zo slaat men geen vragen over en is alle informatie beschikbaar.
- Wat is er gebeurd en welke zorgverleners waren erbij betrokken?
- Onder welke omstandigheden is het gebeurd?
- Hoe is het gebeurd?
- Welke relatie bestaat er tussen het gebeurde en de sterfte?
Tijdens de bijeenkomst kunnen de website en het web based Perinatale Audit Registratie Systeem geprojecteerd worden. Zo slaat men geen vragen over en is alle informatie beschikbaar.
Vertrouwelijke gegevens
Alle betrokkenen bij het auditproces (voorzitter en leden auditgroep, opsteller van het chronologische verslag, ondersteuners) gaan zorgvuldig om met de vertrouwelijke gegevens. Zo wordt aan het begin van de bijeenkomst het chronologisch verslag op papier uitgedeeld, aan het einde weer ingenomen.